Bang zijn

Bang voor de golven van de zee, de kapper…Hoe ga je om met de angsten van je kind?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Met een monster onder het bed, valt je kind natuurlijk niet in slaap. Wat te doen? Ga je erop in, dan zit je zo een half uur aan zijn of haar bed. Maar negeer je het, dan zet hij of zij het op een brullen… Zó ga je om met die, soms onbegrijpelijke, angsten van je kind.

De situatie

Sinds dat het zo gestormd heeft, wordt je kind ’s nachts wakker en wil dan niet meer slapen. Hij of zij is bang voor het loeien van de wind bij het raam.

De oplossing

Ga niet middenin de nacht de angst van je kind voor de wind of zijn droom ontrafelen. Zeg dat het buiten stormt, dat er veel takken vallen en dat de ramen gelukkig net zo stevig zijn als deuren en dat alle kinderen en dieren nu slapen. Zing een vertrouwd liedje en zet de lamp op een tijdschakelaar. Brandt het lampje, dan mag je kind je wekken. Praat de volgende dag met je kind over de storm. Luister naar de wind en doe samen de geluiden na. Vraag waar hij of zij het geluid precies hoort en of het misschien een oplossing weet voor het gesuis bij het raam. De oplossing van je kind is meestal de beste remedie! Die zorgt er namelijk voor dat je peuter zelf grip krijgt op zijn of haar angst.

En als dat niet werkt…

Maak overdag samen een lekker-slaap-plan. Hoe slaapt je kind het beste? Welke van de knuffels moeten in zijn of haar bed liggen, waar leggen jullie het kussen, wellicht is het een idee om ‘tijger’ of de beer als bewaker bij het raam te zetten en wie weet heeft je kind zijn of haar bed liever in een andere hoek. Neem het bedritueel op een cassettebandje op. Troost je kind ’s nachts even en zeg dat hij of zij de rode knop van de cassetterecorder kan indrukken. Hiermee bereik je dat je zelf maar heel even fysiek aanwezig hoeft te zijn in zijn of haar kamer!

De situatie

Je kind zet het op een brullen zodra hij bij de kapper zit. Is het de angst voor de schaar? Voor die mensen naast hem met die droogkappen op? Of schrikt je kind van de plukken haar op de grond?

De oplossing

Of je kind nu bang is voor de prik op het consultatiebureau, de golven van de zee, het zwembad of andere kinderen in de klas, in al deze gevallen geldt: bagatelliseer de angst niet. Zeg liever niet: “Joh doe niet zo flauw. Jij wilt toch ook mooie haren?!” Of bij de prik : “Je wilt toch niet ziek worden!” Help je kind stap voor stap om aan het enge te wennen. Kijk thuis samen in prentenboeken over het bewuste onderwerp, haal een injectiespuitje en een nepschaartje in huis en laat je kind de hele familie knippen of inenten. Vertel meer over de zee, over het zwembad en ga er vaker naar toe. Zo raakt hij of zij vertrouwd met dit soort angstige situaties.

En als dat niet werkt…

Het gaat erom dat je kind de kans krijgt om met datgene wat hem angst inboezemt om te leren gaan. Haal hem of haar dus niet van zwemles af! Vermijden betekent dat je met de angst meegaat en instemt. Praat over de angst en kijk wat je kind nodig heeft om de angst te overwinnen. Kinderen bedenken zelf vaak de meest simpele oplossingen.

Daar komen die angsten vandaan

Peuters komen iedere dag met nieuwe, onbegrijpelijke dingen in aanraking die hen angstig en onzeker kunnen maken. ’s Nachts vullen ze alles wat ze overdag niet begrepen hebben of waarover veel strijd is geweest aan met hun fantasie. Ze dromen van spoken en monsters en zien dingen die er niet zijn. Stel je kind gerust in de nacht en jaag het monster weg. Overdag bieden prentenboeken goede aanknopingspunten om op angsten in te gaan.

  1. Staat Haro bij de glijbaan, dan durft mijn kind er niet meer op.
  2. De oudste vindt het een leuk spelletje om de jongste bang te maken.
  3. Je kind van twee wil absoluut niet meer onder de douche en je weet niet wat je nu moet doen: toegeven of toch onder de douche zetten?

En dit kun je doen:

  1. Is Haro op de creche erg dominant, probeer dan de situatie zo te veranderen dat het lastige gedrag van Haro afneemt. Bedenk een denkbeeldige bel bij de glijbaan. Geef Haro de taak als bewaker van de glijbaan, om voor ieder kind ‘de deur open’ te doen, als hij of zij gebeld heeft. Zo voorkom je dat Haro andere kinderen op de glijbaan wegduwt of pest. Stimuleer je kind om meer voor zichzelf op te komen door te vragen:” wanneer ben jij aan de beurt?” Roep het maar: “ik ben na Taco aan de beurt!”
  2. Laat je kinderen een ‘bangboekje’ maken. Daarin mag je kind tekeningen maken en plaatjes plakken van dingen waar zij bang voor is. Maak zelf als ouder ook zo’n boekje, zodat je peuter kan zien dat jij ook wel eens schrikt van een straaljager of dat jij een krab een eng beest vindt. Door er samen over te praten, leren kinderen dat het heel normaal is dat je soms bang bent en dat je angsten ook kunt overwinnen en dat angsten ook voorbij gaan.
  3. Het heeft geen zin om je kind huilend onder de douche te zetten. Forceren werkt averechts. Doe een stapje terug en zet het babybadje in de douche. Geef hem of haar een plastic gietertje en bekertjes en leg een droge waslap klaar. Laat je kind spetteren, zelf water over zich heen scheppen of sproeien en zelf zijn of haar gezicht weer afdrogen. Na een poosje is je kind vanzelf weer klaar voor de douche!

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht


Bang voor de stofzuiger….., bang voor de kapper…..

Door Pedagoge Emmeliek Boost

Douchen is een drama, de stofzuiger moet uit, bij de dokter weigert je kind zich te laten onderzoeken en een knipbeurt bij de kapper kun je vergeten… En dat allemaal door peuterangst!

De situatie

Was je tweejarige dochter tot voor kort nauwelijks bang en liep ze vorige zomer zonder schroom de zee in? Nu schreeuwt je kind het uit, zodra ze onder de douche moet of wanneer de badkraan aan gaat. Waar komt die plotselinge angst vandaan en wat kun je doen?

De oplossing

Eenjarigen zitten nog veel op schoot en weten zich veilig met jou in de buurt. Maar zijn ze eenmaal bijna twee, dan wordt hun wereld groter. Het ontbreekt peuters aan inzicht hoe de dingen werken of in elkaar zitten. Ze worden vooral bang van alles waar ze geen greep op hebben. Als de stofzuiger alle troep opzuigt, dan zou hij mij ook wel eens kunnen meezuigen. Zo is het ook met stromend water uit de douche. De kracht van het water voert alles richting afvoerputje, mij dus ook? De kolkende zee met het lawaai van de branding is nu een reden om er ver weg van te willen blijven. Zeg niet : “Doe niet zo flauw.” Neem liever de angst serieus en zet tijdelijk het babybadje in de douche. Gebruik een bekertje of gietertje om je kind af te spoelen en ga samen in bad of onder de douche om je kind wat meer watervrij te maken.

En als dat niet helpt?

Het heeft geen enkele zin om vlak voor het naar bed gaan te gaan steggelen over de douche. Zeg liever ook niet dat vieze kindertjes ziek worden. Forceer niets. Praat vooral overdag met je kind over waar het bang voor is. Haal boekjes over het thema in huis. Lees ze niet alleen voor, maar betrek ook de eigen situatie erbij. Kijk welke oplossingen in het boek worden gegeven en praat daar over. Twee- en driejarigen kunnen goed meedenken in het vinden van oplossingen. En de oplossingen die zij zelf bedenken, werken echt het beste!

De situatie

Je kind is extreem zuinig op zijn of haar lijfje. Ze wijzen je het kleinste wondje aan, waar absoluut een pleister op moet! Het is begrijpelijk dat een bezoek bij de dokter, tandarts of de kapper op veel verzet stuit. Maar hoe ga je daar nu mee om?

De oplossing

Juist in deze fase waar peuters toch al wat moeite hebben met vreemde gezichten, is het logisch dat ze helemaal bang zijn voor de dokter, kapper of de tandarts. Het is ook niet een plek waar je elke dag even binnenloopt. Bereid zo’n afspraak voor met een boekje. De Kimioboekjes ‘ Pien bij de kapper’ en Tijn en de dokter, met speel en leessuggesties (uitg. Mercis Publishing) en de pop up boekjes van Casterman zijn daarvoor heel geschikt.

En als dat niet werkt?

Natuurlijk wil je je kind zoveel mogelijk pijnlijke situaties besparen, maar er zijn nu eenmaal situaties die je overvallen en waar je op dat moment je kind zo goed en zo kwaad door heen probeert te loodsen. Zie het als een kans om je kind te leren dat pijn in je buik, je angstig of onveilig voelen emoties zijn die je samen kunt overwinnen. Geef vooral ruimte aan het verdriet. Huilen is een belangrijk middel om de spanning te ontladen. Benoem de pijn en de angst en troost je kind. Een beetje afleiden kan geen kwaad, maar een ijsje in het vooruitzicht stellen na een prik bij de consultatiebureauarts is niet echt nodig. Blijft je kind eenmaal thuis nog erg boos. dan helpt misschien een dokterskoffertje of kappersetje om de nare ervaring te verwerken. Vul het standaard setje aan met pleisters, verband, een mondkapje en lege plastic flesjes.

Waarom zijn peuters bang?

Als je de wereld door de ogen van je kind bekijkt, is het eigenlijk heel begrijpelijk dat peuters bang zijn. Ze begrijpen vaak nauwelijks iets van wat er om hen heen gebeurt en hen overkomt. Het geluid van een overvliegende straaljager of een plotseling opstekende storm, bliksem en onweer overweldigt hen. Met hun fantasie vullen zij daarom aan wat ze in werkelijkheid niet kunnen bevatten. Griezelige beesten en monsters helpen hen om greep op hun wereld te houden, maar maken hen natuurlijk ook bang. Roept een kind op de crèche: “Ik ben een krokodil”, dan deinzen peuters terug. Ze durven niet meer in de zandbak want de krokodil heerst daar! Neem kinderen in bescherming, jaag alle krokodillen de dierentuin in en geef de peuter die anderen bang maakt, een taak. Maak hem of haar de ridder in de zandbak, die helpt om het kasteel te bouwen. Extra aandacht, eventueel ombuigen van hun fantasie en uitleg over hoe de dingen in elkaar zitten, is nodig. Stimuleer je kind om stap voor stap de angst tegemoet te treden. Laat hem zelf de stofzuiger aan- en uitzetten en de stofzuigzak legen. Angst neemt vooral af als je overdag peuters met kleine stapjes confronteert met de angstige situatie. Volg en verwoord dus overdag waarvoor hij of zij bang is en kijk wat je kind nodig heeft om eventueel s’nachts de situatie aan te kunnen. Veel peuterangsten verdwijnen zodra je kind beter kan praten en meer greep op de wereld krijgt.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht


Gebroken nachten

Hoe krijg je een tevreden (in)slapend kind?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Tijd rekken, blíjven roepen om papa of mama of midden in de nacht gillend wakker worden. ‘Slecht slapen’ staat in de top 5 van peuterproblemen. Dit kun je doen om verzekerd te zijn van je nachtrust.

De situatie:

Zodra het bedtijd is, begint je kind al te mopperen. “Wil niet slapen, wil niet tandenpoetsen…” Eerst wil hij of zij zijn tekening laten zien, dan wil je kind zijn vrachtauto hebben en ben je eindelijk aan het voorlezen, dan dramt je peuter dat je weer bij het begin moet beginnen.

De oplossing:

Peuters kunnen je met hun sterke wil volledig op het verkeerde spoor zetten. Voordat je het weet heeft je kind zijn of haar bedtijd met een half uur uitgesteld. Ga de strijd met je kind niet aan. Houd zelf de leiding en zeg: “ wat een mooie kleuren zie ik op je tekening, vertel eens… oh ja ik zie het kasteel.

“Oké, we gaan nu met grote stappen naar boven.” Kortom: laat even merken dat je je peuter gehoord hebt en volg daarna je eigen plan.

En als dat niet werkt…

Ga dan even in op wat je kind wil. Is zijn of haar wens redelijk, maak dan duidelijk dat de tijd die je in dit spel stopt wel van het voorleesverhaaltje afgaat. Zet de kookwekker erbij. Spreek af: als de wekker rinkelt, dan ga jij je tanden poetsen. Blijf in de buurt en zeg: “Goed zo, ik zie dat jij al je tanden gaat poetsen!” Breng en houd hem of haar op het goede spoor. Doe hetzelfde met het uitkleden.

De situatie:

Je kind ligt altijd eerst een halfuur te spelen in bed en juist als je het nieuws wilt aanzetten, zet hij of zij het op een brullen. Mama moet komen en als mama geweest is, roept je kind om papa. Zo terroriseert hij of zij de hele avond.

De oplossing:

De clou zit hem in je reactie op het huilen. Ieder kind leert snel: mama en papa komen als ik huil. Stop daar direct mee. Ga liever vijf minuten eerder naar je kind toe, als hij of zij nog rustig zit te spelen. Zeg dat de knuffels gaan slapen en dat het bedtijd is. Zeg, dat hij ervoor moet zorgen dat de knuffels stil zijn. Blijf wat rommelen op de gang en zeg zachtjes: “Jij zorgt goed voor de knuffels, zeg! Alle dieren slapen, ga maar lekker slapen.”

En als dat niet werkt:

Gebruik een weekplanner op kindhoogte, zodat je kind zelf ziet wanneer het een oma- of een crèchedag is. Teken daarop ook het bedritueel. Vraag aan je peuter wat hij of zij nodig heeft om goed te kunnen slapen. Kijk of deze wens uitvoerbaar is. Door een eigen inbreng heeft je kind meer greep op het bedritueel en is hij of zij zelf ook gemotiveerd. Trap niet in de valkuil om zelf oplossingen aan te dragen. De oplossingen van je kind werken echt het beste.

Hoe zit het met doorslapen en vroeg wakker worden?

Is het verstandig je huilende kind te gaan troosten en mag je van een jong kind verwachten dat hij ’s morgens vroeg tóch nog doorslaapt?

  1. Je kind van 15 maanden wordt altijd om 5.00 uur ’s ochtends wakker en huilt als je niet komt.
  2. Je driejarige kind wordt in de nacht angstig wakker.
  3. Je tweejarige kind wil alleen door mama naar bed gebracht.

Slaapproblemen horen bij de baby- en peutertijd. Ze hebben te maken met scheidingsangst, eenkennigheid en angstige dromen.

Probeer vooral overdag een machtstrijd van jouw nee tegenover zijn nee te voorkomen. Hoe meer conflicten overdag, des te slechter slaapt je kind.

En dit kun je doen:

  1. Vanaf zes tot zeven maanden wordt een baby zich er steeds meer van bewust dat hij zelf – los van jou – een eigen persoon is. Ben je uit het zicht, dan zet je kind het op een huilen. Je baby leert snel: als ik huil, dan komt mama. Als ik niet huil, dan komt ze niet. Gebruik de babyfoon, waarmee je kind jouw geruststellende woorden of een liedje hoort. Zet een veilig schemerlampje op een tijdschakelaar en oefen bij haar middagslaapje dat zij mag roepen als het lampje aan is. Gaat dat goed, dan prijs je haar. Stel nu s’avonds de tijdschakelaar op ca. 05.15 in. Op dit tijdstip loop je even ter geruststelling naar haar kamer. Je zegt op zachte toon : “goed zo, het lampje is aan, mama komt even bij je kijken, ga maar lekker slapen.” Leg haar knuffel terug en zet het muziekje aan. De volgende dag voeg je een kwartier erbij. Na ruim een week slaapt zij waarschijnlijk door tot ca. 07.00 uur.
  2. Veel peuters worden middenin de nacht angstig wakker. Natuurlijk hebben ze dan troost nodig en wil je hen geruststellen. Neem hun angst serieus en jaag samen het monster weg. Praat niet door over de droom. Vraag: “Wat heb je nodig om lekker te slapen?” Misschien moet de leeuw bij het gordijn op wacht staan! Praat alleen overdag over zijn enge droom.
  3. Zorg dat je overdag grenzen stelt aan claimend gedrag. Maak papa- en mamadagen en laat je kind dat invullen in de weekplanner. Wijk hier niet vanaf, tenzij het niet anders kan.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Claimend gedrag

Soms zou je je wel in tweeën willen splitsen!

Door Pedagoge Emmeliek Boost

Best lastig: om je aandacht en liefde eerlijk over je kinderen te verdelen… Helemaal als het ene kind meer van je vraagt dan het andere.

De vraag

Bij ons thuis geldt het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Is de jongste, Sanne van drie, jarig, dan ligt er voor onze oudste van vijf ook een pakje klaar. En mag de één bij oma logeren, dan krijgt degene die thuis blijft ook een speciaal uitje. We willen bovenal voorkomen dat één kind ons oogappeltje wordt. Door onze kinderen evenveel aandacht te geven, hopen we ruzies en jaloezie te voorkomen. Toch betrap ik de oudste er vaak op, dat hij jaloers is op zijn zusje.

Hoe komt dit?

De oplossing

Vroeger hadden volwassenen minder aandacht voor de emoties van kinderen. Kijk je terug op jouw jeugd, dan weet je vast nog precies wie het oogappeltje in de klas was. Het zijn soms die ervaringen die je nu hebben doen besluiten om het met je kinderen geheel anders te doen. Kinderen gedijen het beste in een omgeving waar ze gelijke rechten en privileges hebben. Het is echter een onmogelijke opgave om je kinderen op alle fronten dezelfde aandacht te geven. Zo heeft je oudste wellicht nu andere aandacht nodig dan je jongste. Hij moet zich zonder jou redden op school en weerbaar zijn op het speelplein. Probeer je in hem te verplaatsen en benoem datgene waarvan je denkt dat hem dwars zit. Vraag hem of hij misschien een oplossing weet? Wat zou hij nu het liefste willen? Misschien zit hij helemaal niet te wachten op het uitje dat jij voor hem in petto had, maar wil hij veel liever voetballen met zijn vader.

En wat als dat niet werkt?

Is het ‘vat van zelfvertrouwen’ onvoldoende gevuld, dan blijft een kind om aandacht vragen. Ook al ben je er zeker van dat je je kinderen steeds op dezelfde manier prijst en waardeert, toch kan de boodschap anders overkomen. Het zit ‘m soms in je mimiek, de wijze waarop je naar je kind kijkt als hij of zij lekker aan het spelen is of een grappig verhaal vertelt. Zet de videocamera eens aan als je samen aan tafel zit.

Voor je kinderen is het terugkijken een feest en voor jou een eyeopener! Zo’n filmpje brengt namelijk precies in beeld welke aandacht je aan wie geeft en hoe je op situaties reageert. Ook je mimiek telt mee! Je krijgt een spiegel voorgehouden van je eigen aanpak.

De vraag

Mijn schoonmoeder heeft het altijd over haar drie geweldige kleinkinderen, maar ik voel toch dat ze een sterkere band heeft met haar kleinzoon, terwijl ik twee schatten van dochters heb. Het irriteert me dat als ze bij ons is, het steeds heeft over haar kleinzoon of wat haar kleinzoon inmiddels al kan. Ik heb een hekel aan vergelijken en vind dat ze mijn eigen kinderen tekort doet. Hoe maak ik haar dit duidelijk zonder dat ik haar daarmee kwets?

De oplossing

Je kinderen zijn je hart. Merk je dat je familie of bijvoorbeeld een leidster op de crèche je kind niet echt ziet staan, dan kom je in opstand. Je kunt er echter niet omheen dat het soms met het ene kind beter klikt dan met het andere. Zelf heb je misschien ook een betere match met je broer dan met je zus. Het beste kun je kenbaar maken dat het je opvalt dat de kleinzoon erg belangrijk is voor oma. Toon begrip voor de bijzondere plek die een stamhouder nou eenmaal heeft, maar bespreek ook je gevoelens met betrekking tot je eigen dochters, die je zo’n zelfde band met oma gunt. Kaart het onderwerp aan met anderen op de crèche en bespreek het met de leidsters. Wellicht komt er een koffieochtend of ouderavond over ‘de match met een kind’ uit voort.

En als dat niet werkt?

Iedereen die het beste voor heeft met kinderen, wil dat ieder kind tot zijn of haar recht komt. Alles draait om liefdevolle aandacht en betrokkenheid bij wat een kind onderneemt of aandraagt. Het gaat er dus niet om dat de hoeveelheid ‘quality time’ gelijk verdeeld wordt over de kinderen. Het zit ‘m in het houden van ieder (klein)kind, met aandacht voor zijn of haar eigen aard, en in precies te weten wat een ieder nodig heeft. Maak duidelijk waar je dochters bij gedijen. De één heeft behoefte aan een extra knuffel, terwijl de ander misschien liever een spelletje doet. Vraag aan oma of ze ziet waarin de kinderen onderling verschillen. Door met elkaar de kwaliteiten van ieder kleinkind te benoemen, voorkom je de status van één lievelingetje.

Bijna altijd gaat het bij jaloezie om:

  • ik heb minder speelgoed dan mijn broertje
  • mama en papa vinden mijn zusje liever
  • ik ben stom, mijn broer is slim
  • zij krijgt meer hagelslag dan ik


Tips

  • Erken het gevoel van jaloezie: ieder kind heeft er recht op.
  • Help je kind gevoelens van jaloezie te verwoorden
  • Geef kinderen samen aandacht, maar ook ieder apart
  • Benadruk dat ieder kind uniek en speciaal is en waardeer de verschillen
  • Het principe van ‘Gelijke monniken gelijke kappen’ gaat niet op, want ze zijn niet gelijk.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Dood en verliesverwerking

Als je uit elkaar gaat, hoe leg je dat dan uit aan je kind?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Scheiden is niet iets dat je zomaar doet, helemaal niet als je samen een kind hebt. Maar soms is het helaas onvermijdelijk. Hoe leg je aan je kind uit dat mama en papa uit elkaar gaan en hoe beperk je de emotionele schade?

De situatie

Jullie komen er samen niet meer uit. Het is de wens van één of van jullie beiden om uit elkaar te gaan. Maar hoe moet dat met de kinderen? Wat vertel je aan je drie- en vijfjarige in het gezin? En hoe voorkom je dat zij ‘kind van de rekening’ worden?

De oplossing

Breng de boodschap samen en zeg duidelijk tegen jullie beide kinderen dat papa en mama niet meer samen in hetzelfde huis kunnen wonen. Het is iets tussen papa en mama. Papa en mama zijn niet gelukkig. Vertel in het kort de reden. Verzeker ieder kind afzonderlijk dat de scheiding niet zijn of haar schuld is: “We houden allebei van jullie en blijven evenveel van jullie houden en voor jullie zorgen, ook al woont papa straks in een ander huis.” Laat je eigen verdriet toe en geef je kinderen ook de ruimte om hun emoties te uiten. Probeer niet een opgewekte sfeer te forceren, maak ook geen grapjes en zeg ook niet dat ze, straks met twee huizen, erop vooruit gaan. Maak vervolgens duidelijk wat er voor hen verandert en breng dat in beeld met een tekening. “Scheiden betekent dat papa niet meer bij ons slaapt, en dat hij in een ander huis gaat wonen.” Zeg dat het moeilijk zal zijn om aan de nieuwe situatie te wennen. Teken de twee huizen en plak een foto van papa bij het ene huis en een foto van mama bij het andere huis. Teken nu samen wat er niet verandert. Denk aan oma, opa, de school, de oppas, de speelzaal of het dagverblijf, het speelgoed en hun vriendjes. Zo’n tekening helpt kinderen om hun emoties te uiten, om overzicht te krijgen en geeft ze grip op de nieuwe situatie.

Hoe weet je of je kind het goed oppakt?

Gaat het niet goed met je kind, dan uit zich dat meestal in lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn en misselijkheid. Soms ook in minder trek in eten of moeite met inslapen. Ook zie je vaak een terugval in vaardigheden. Plotseling doet je kind weer alles in zijn of haar broek of weigert hij of zij zichzelf aan te kleden. Er zijn ook kinderen die zich ineens heel behulpzaam en superlief gaan gedragen of om het minste of geringste van streek zijn. Extreem aanhankelijk opstellen of overdreven sterk gaan hechten aan één bepaald speeltje of knuffel, duidt erop dat je kind bang is om in de steek gelaten te worden. Peuters en kleuters kunnen hun angsten niet weg redeneren en worstelen met het idee dat ‘als hun papa weggaat, hun mama dat ook zo maar kan doen.’ Op deze leeftijd bedenken kinderen oplossingen voor hun angsten met behulp van hun fantasie. Zo kan het zo maar zijn dat je van juf terughoort dat papa volgende week weer thuiskomt wonen! Geef veel troost, steun en begrip en wijs je kinderen er herhaaldelijk op dat zij geen enkele schuld hebben aan de scheiding.

De situatie

Je kind is nog geen drie… En dus te klein om te begrijpen wat een scheiding betekent? Het lijkt alsof zo’n kleintje niet in de gaten heeft wat er aan de hand is en daarom ben je geneigd te denken dat kinderen van deze leeftijd zich gemakkelijk aan de nieuwe situatie aanpassen. Maar is dat wel zo?

Zo ga je ermee om

Kinderen ontwikkelen de eerste jaren door liefde en zorg, temidden van familie, vrienden en kinderopvang, een stevig basisvertrouwen. Domweg ’s ochtends wakker worden en horen dat papa vertrokken is en niet meer terug komt, is traumatisch voor hun zelfvertrouwen. Een baby of peuter mist wel degelijk de liefdevolle aandacht en betrokkenheid van je ex. Zelfs als je kind geen hechte band had met de vertrekkende ouder, dan nog is zijn of haar vertrouwen geschaad. Hoe jong ook, ieder kind moet vooraf (ongeveer een week) horen wat de reden is dat papa of mama uit elkaar gaan en hoe het verder gaat. Co- ouderschap is in veel gevallen de beste optie. Het garandeert de continuïteit en de band met beide ouders en de familie!

Wat als co ouderschap niet mogelijk is?

Sta je er alleen voor, omdat je partner niets meer met je kind te maken wilt hebben of omdat er om welke reden dan ook geen contact mogelijk is, maak er dan toch het beste van. Ook al is je relatie niet zo ‘lang en gelukkig’ verlopen, als je hoopte, je hebt wel een geweldige prins of prinses om voor te zorgen. Probeer de zorg voor je kind met anderen te delen, leg het accent op plezier in je ouderschap en benut daarbij als het kan de input van de familie van je ex, die ook van je kind houdt. Plan je tijd en je ontspanning zorgvuldig, want kinderen onder de drie vergen veel geduld en energie.

Tips

  • Een baby kan zich emotioneel niet afsluiten van jouw gevoelens. Hij of zij is niet in staat om jouw ongeduld, boosheid of zwijgzaamheid te scheiden van je gevoelens voor hem of haar. Probeer dus je verdriet en spanningen te delen met anderen en van je kind vooral te genieten. Bedenk dat je kind ook gezond en vol vertrouwen kan opgroeien door jouw liefde en betrokkenheid!
  • Het is belangrijk dat je kind weet waar hij of zij aan toe is. Wanneer zorgt mama en wanneer zorgt papa voor hem of haar? Een weekplanner kan uitkomst bieden bij het in beeld brengen van de omgangsregeling. Surf naar www.bizzyboard.com.
  • Gebruik tekeningen, boekjes en spel om er achter te komen wat er in je kind omgaat. Het boek ‘Van alles twee’ geschreven door Martine Delfos (uitgeverij Trude van Waarden) is echt een aanrader voor peuters en kleuters.
  • Voor meer informatie op juridisch en pedagogisch gebied surf naar www.sep.nl . Dit is dé online vraagbaak en ontmoetingsplaats voor mensen die overwegen te scheiden, in een scheiding liggen of al gescheiden zijn.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht


Verdriet om de dood van een geliefd persoon of huisdier

Door pedagoge Emmeliek Boost

Moet je peuters daarbij betrekken of juist voor afschermen?

De situatie

Tijdens het middagslaapje van je peuter zie je plotseling dat de goudvis dood in de vissenkom drijft. Om je kind te beschermen heb je een nieuwe goudvis gekocht. Is dit een gemiste kans om je kind te leren met verlies om te gaan of is het juist goed om peuters dit verdriet te besparen?

De oplossing

Weet je dat je kind erg heftig zal reageren en is het diertje vervangbaar, dan is er veel voor te zeggen om dat onmerkbaar te doen. Tenslotte wil je, als het kan, het leed voor jonge kinderen nog zo veel mogelijk doseren! Is dit echter de eerste keer dat je kind met verlies in aanraking komt, dan biedt het juist een goede ingang om afscheid te nemen van dit huisdiertje dat je kind zo verzorgd heeft. Vraag gewoon aan je peuter wat te doen? De oplossingen van peuters geven je de beste handvaten om te reageren. Je krijgt een beter zicht op hoe zij denken en wat voor hen logisch is. Voor de één is dat terugbrengen naar de sloot en voor de ander is dat begraven.

En wat als je kind de vis weer wil opgraven?

Natuurlijk zijn peuters nieuwsgierig naar wat er met zijn of haar huisdiertje onder de grond gebeurt. Geef je hen de vrijheid, dan gaan ze op een goede dag graven. Wanneer je echter met respect met het grafje omgaat, kijkt of alle steentjes er mooi bovenop liggen, dan nemen peuters die zorg voor het grafje over.

Kom je een dood vogeltje of een dode muis in het bos tegen en wil je kind er meer van weten, benut dan de kans om je peuter te laten zien dat de botjes en de veren overblijven. Probeer er vooral achter te komen hoe je kind denkt en los niet iedere situatie bij voorbaat al op. Vraag bijvoorbeeld of je kind denkt dat de dokter de vogel nog beter zou kunnen maken? Vraag ook hoe de vogel volgens je kind dood is gegaan? Zo kom je tegemoet aan de nieuwsgierigheids drang van je kind en breng je over dat je een eenmaal begraven dier niet opgraaft.

Tip Vanaf drie of vier jaar kunnen kinderen mee naar een begrafenis of crematie indien ze voorbereid en betrokken zijn bij het afscheidsproces. Voor meer informatie kijk ook op www.achterderegenboog.nl

De situatie

Zonder schroom en onbevangen vertelt je peuter aan iedereen dat zijn opa kanker heeft en dood gaat. Je vindt het gênant niet alleen tegenover oma die erg verdrietig is, maar ook storend omdat de ziekte veel mensen in hun hart raakt. Hoe kun je een peuter leren rekening te houden met andermans gevoelens en wat vertel je hem of haar dan?

De oplossing

Peuters voelen zich almachtig en in hun ogen bepaalt hun denken wat er in de werkelijkheid gebeurt. Dood gaan, is voor hen niet een definitief afscheid. In hun spel is ‘Pief, paf poef ….jij bent dood’ de gewoonste zaak van de wereld en ze verwachten dat je direct daarna weer opstaat en doorgaat, waarmee je bezig was! Zo is je peuter ervan overtuigd dat opa nu in de hemel is, maar op zijn of haar verjaarspartijtje er weer bij is! Praten over de dood is in deze situatie daarom echt belangrijk. Zeg dat oma veel verdriet heeft, omdat opa niet meer leeft. Wees daarbij concreet en eerlijk; vertel dat opa niets meer voelt, niet meer kan eten, praten of spelen. Op vragen als ‘waar is opa nu?’ kun je reageren met ‘opa komt niet meer terug, hij is nu net als een sterretje aan de hemel.’ Soms zit er in de vraag van je peuter al een antwoord besloten: “Wonen dode mensen ook in een huis?” Sluit hierop aan en maak duidelijk dat wij niet in opa’s huis naar binnen kunnen gaan, maar wel in ons eigen huis en hoekje voor opa kunnen maken. Een herinneringshoekje met tekeningen, foto’s, een kaars en met de leuke spelletjes die opa altijd deed! Zo blijft opa toch bij ons!

En wat doe je als je peuter erg van slag is?

Omdat dood uiteindelijk ook voor je peuter onherroepelijk en onomkeerbaar is, probeert je kind met zijn fantasie greep te krijgen op de nieuwe situatie. Soms uit zich dat overdag in wild en driftig – of juist in teruggetrokken gedrag. En ’s nachts doen de spoken en monsters hun werk. Houd er rekening mee dat de thuis situatie een tijd lang onder druk heeft gestaan en dat je zelf ook niet de oude bent. Kinderen kunnen meer van slag zijn, omdat je zo ontredderd bent, dan om het verlies van opa. Soms geeft een kind zichzelf de schuld. “Ik was stout, opa werd heel boos op mij en nu is opa dood.” Probeer de sfeer thuis te herstellen en met prentenboeken en spel te achterhalen, wat je kind dwars zit. Bekijk oude video’s van opa en gebruik het prentenboek ‘Derk Das blijft altijd bij ons’ van S. Varley. Net als de dieren in dit boek noemt je peuter verschillende dierbare herinneringen op en krijgt zijn of haar verdriet geleidelijk aan een plekje.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Grenzen en regels

Én lief én geduldig én betrouwbaar….De ideale oppas!

Door pedagoge Emmeliek Boost

Je baby, je liefste bezit, toevertrouwen aan een oppas… Is dat verantwoord? Hoe selecteer je een goede oppas en wat doe je als het niet klikt tussen je peuter en je vaste oppas?

‘Ik zet liever geen advertentie in de krant’

Nu Anna vier maanden is en ik met de borstvoeding gestopt ben, willen mijn man en ik er een weekendje tussenuit. We hebben geen familie en vrienden in de buurt wonen en zijn daarom op zoek naar iemand die regelmatig kan komen oppassen. Maar om nu een advertentie in de krant te zetten… Dat doe ik liever niet. Maar hoe kom ik dan aan een betrouwbare oppas? Waar moet ik bij het eerste contact op letten? En wat is een goede leeftijd om met een oppas te beginnen: kun je daarmee niet beter wachten tot je kind bijvoorbeeld een jaar is?

De oplossing

Dit is juist een goed moment om te starten met een oppas. Baby’s onder de zes maanden zijn een allemansvriend. Wacht je een paar maanden langer, dan heeft je baby juist moeite om aan een ander te wennen, is ze het liefst bij jou. Een vaste oppas heeft altijd de voorkeur. Het gaat er om dat je kind liefdevol verzorgd wordt en er goed gereageerd wordt op haar wensen en behoeften. In plaats van een advertentie in de krant zou je je vraag kunnen voorleggen aan mensen in je omgeving, zoals vriendinnen, collega’s of andere moeders.

Plan je eerste kennismaking bij de oppas thuis. Je krijgt dan een goede indruk hoe zij haar huishouden runt. Klikt het, maak dan een afspraak bij jou thuis, als je baby wakker is. Aarzel niet om referenties na te vragen.

En wat als het contact wat stroef verloopt…?

Voor beide partijen is het wennen in het begin. Praat niet alleen over je kind, maar vraag ook naar de hobby’s van de oppas en hoe zij is opgegroeid. Neem zo’n twee weken de tijd en vraag de oppas overdag op verschillende tijden te komen. Laat haar meedraaien tijdens het baduurtje, tijdens spitsuur en speeltijd. Ga ook kort het huis uit, zodat de oppas even alleen verantwoordelijk is voor het welzijn van je baby. Vraag naar haar ervaringen met kinderen. Vraag daarbij ook naar een vervelende ervaring: geeft de persoon in kwestie eerlijk antwoord of precies het antwoord dat jij wilt horen? Vertrouw op je intuïtie: het blijft in het begin toch altijd een beetje een gok!

‘De oppas vindt dat wij hem te veel vrij laten’

Ons zoontje Berend van ruim drie is een druk, ondernemend kereltje. Hij is watervlug, klimt overal op en vraagt veel aandacht. Sinds kort is er geen land met hem te bezeilen. Hij verzet zich tegen alles wat hij niet wil. Onze vaste oppas die al een tijdje twee dagen per week voor hem zorgt, is het niet eens met onze opvoedingsaanpak. Ze vindt dat wij hem veel te vrij laten en twijfelt of ze nog wel op hem wil passen. Wij zijn blij met haar als oppas, maar weten niet hoe we dit probleem moeten oplossen. Hoe kunnen we voorkomen dat onze oppas ermee stopt?

De oplossing

Op driejarige leeftijd bereikt de koppigheidsfase een hoogtepunt. Zo’n koppig temperamentvol kereltje is erg confronterend. Laat je hem te vrij, dan neemt hij de regie in handen. Trek je de teugels te hard aan, dan ontstaat er een machtsstrijd. Bespreek dit probleem in een open gesprek met je oppas. Doe dit op een rustig moment, wanneer je kind slaapt. Vraag aan haar welk gedrag wat haar betreft niet door de beugel kan. Wat vindt zij een goede aanpak als Berend in haar ogen te heftig protesteert? Bepaal samen de regels en de grenzen en bespreek ook een eventuele sanctie. Probeer deze oplossing een week uit en evalueer na een week hoe het gegaan is.

En als dat niet werkt?

Maar wat als de oppas een andere aanpak wat betreft opvoeden heeft? Kiest je oppas voor de autoritaire wijze en staat die aanpak haaks op die van jullie, dan kun je beter op een goede manier afscheid nemen. Dan werkt de match niet. Maak voor de selectie van een nieuwe oppas een lijstje met eigenschappen waarvan jij belangrijk vindt dat de nieuwe oppas die heeft. Bespreek wat je nu precies voorstaat in de opvoeding. Zoek je een oppas die vooral gezelligheid brengt, die met humor de regie weet te houden en die zich persoonlijk niet uitgedaagd voelt als een driejarige graag de baas speelt? Kortom: maak een soort profiel. Schroom ook niet voor een advertentie met m/v. Mannen hebben vaak een andere toon, humor en aanpak!

Checklist

  1. Zet de belangrijkste regels op papier over de omgang met je kind(eren).
  2. Formuleer ook duidelijk je verwachtingen. Vind je het een hoofdzonde als je kind het tandenpoetsen overslaat, zet dat dan op het lijstje.
  3. Maak afspraken over huishoudelijke taken. Verwacht je dat de oppas de keuken en woonkamer schoon achterlaat?
  4. Maak afspraken over veiligheid in huis en buitenshuis.
  5. Formuleer je huisregels. Mag de oppas gebruikmaken van de computer?
  6. Leg de verbandtrommel uit en zet deze op een vaste plaats.

Tip: Zorg voor ‘rampenplan’

  1. Zorg dat je altijd telefonisch bereikbaar bent.
  2. Plak je mobiele telefoonnummer op de telefoon.
  3. Vermeld ook het telefoonnummer van de centrale doktersdienst, de huisarts en plaatselijke taxi.
  4. Regel altijd iemand als achterwacht: een buurvouw of familielid

Geef je oppas een workshop cadeau! Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht


Samen één lijn trekken….hoe belangrijk is dat?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Hoe klein ook, kinderen hebben feilloos door dat jij en je partner twee verschillende personen zijn en soms allebei anders met bepaalde situaties omgaan. En daar kan een kind handig gebruik van maken!

De situatie

Je dochter is twee en weet nu al precies dat ze bij jou meer gedaan krijgt dan bij haar vader. Bij jou duurt het bedritueel minstens een uur, want ze wil nog even tekenen, een slokje water… Terwijl haar vader binnen een kwartier weer beneden is. Dat zou jij ook wel willen!

De oplossing

Geef terwijl je je kind naar bed brengt liever niet toe aan de wensen van je peuter. Hou liever zelf het ’stuur’ in handen. Spreek samen met je partner af wat het bedritueel is en hou je daaraan.

En als dat niet werkt…

Het ene kind heeft een sterker willetje dan het andere. Iedere keer dat je overstag gaat – ‘goed nog één verhaaltje dan’ – geef je je kind de boodschap: ‘Zeg maar hoe je het wilt’. Kinderen leren zo dat zeuren, drammen en dreinen succes heeft. Laat je kind weten dat je zijn of haar wens gehoord hebt, maar verhoor de wens niet. Zeg : “Ja ik hoor je en nu gaan we tandenpoetsen.” Richt je dus op het volgende onderdeel van het bedritueel.

De situatie

Als je kinderen van een weekeindje bij hun vader terugkomen, roepen ze dat ze van hem wel op de bank mogen springen. Ze spelen jullie nu al tegen elkaar uit, lijkt het wel.

De oplossing

Stel met je ex-partner een paar belangrijke gemeenschappelijke regels vast. Overigens kun je pas van kinderen vanaf een jaar of vier verwachten dat het goed weet wat bij de één en wat bij de ander mag. Voor die tijd is er nog geen sprake van bewust tegen elkaar uitspelen. Ook goed om te weten: voor kinderen onder de vier gelden regels alleen als jij in de buurt bent. Het lijkt misschien alsof je kind een loopje met je neemt, maar in feite verdwijnt elke regel bij jou – en ook bij papa – zodra je de kamer uitloopt. Jouw verbod om thuis op de bank te springen zit dus aan jou vast en geldt dus alleen als jij erbij bent.

En als dat niet werkt…

Zorg dat je deze belangrijkste regels steeds weer opnieuw traint. Ga de kamer uit en waarschuw nog even: “Denk erom niet op de bank springen.” Kijk weer even om de hoek en herhaal de regel opnieuw. Prijs je kinderen als het goed gaat en maak hen duidelijk wat het effect is. “Goed zo. Nu jullie op de bank zitten, kan ik jullie rustig een boekje voorlezen.”

Moet je nu altijd consequent zijn en samen één lijn trekken?

Alleen wanneer iets echt niet mag, moet je samen één lijn trekken. Stel met z’n tweeën drie tot vier hoofdregels vast en houd je daar samen aan. Denk bijvoorbeeld aan: Wat doet een ander pijn, wat is gevaarlijk en wat kan er kapot? In alle overige situaties ben je beter af met een speelse aanpak. Ga wat flexibel en creatief om met hun eigen willetje, kijk wat van jou wel mag en kan en leg vooral niet het accent op verbieden. Voorkom dat je jezelf een politie-agent voelt en daarmee een machtstrijd.

  1. Je partner eist dat je kleuter het bezoek een handje geeft, terwijl jij dit nog niet zo belangrijk vindt.
  2. De oppas lost een scène in de supermarkt altijd op met snoep. Zij vindt dit de beste aanpak, jij bent daar niet zo blij mee.
  3. Van mijn man mag mijn vierjarige alleen op de stoep een rondje om het huis fietsen. Ik vind hem daarvoor te jong.

Terug naar overzicht

Huilbaby

Huilen gaat door merg en been!

Door pedagoge Emmeliek Boost

Een kind dat veel huilt en moeilijk te troosten is… een pleidooi voor rust en regelmaat!

De situatie

Na een goede bevalling en een fijn kraambed, is je wolk van een baby plotseling veranderd in een rusteloze, prikkelbare baby. Je kind laat zich maar moeilijk troosten. Het huilen begint al vóór het voeden, gaat door na het voeden en tijdens het weer in slaap wiegen. De enige manier waarop je baby een beetje tot rust komt, is als je auto rijdt. Van alle nachtelijke ritten raak je echter doodop en je vindt het moeilijk om anderen met jouw huilende baby te belasten. Hoe kun je dit patroon doorbreken?

De oplossing

Rust en regelmaat zijn vaak de oplossing bij veel en langdurig huilen. Rust betekent bijvoorbeeld geen mobiel of TV aan tijdens het voeden en regelmaat betekent voorspelbaarheid. Houd een duidelijk steeds terugkerend dag- en nachtritme aan. Wakker worden betekent voeden, een boertje laten en even tijd voor jou en je baby om elkaar te verkennen. Let op vermoeidheidsignalen, zoals jengelen, gapen, wegkijken, in de oogjes wrijven en onrustig bewegen. Reageer hier direct op en breng je baby dus wakker naar zijn of haar bedje. Blijf tegen je kind je praten en verwoord wat je doet.

Soms zijn darmkrampjes, een allergie of een andere medische oorzaak de boosdoener van het vele huilen. Raadpleeg daarom altijd je huisarts, eventueel een kinderarts of een osteopaat. Leidt dat niet direct tot een behandeling, houd dan een logboek bij en noteer alle huil- en rustmomenten. Schrijf daarbij hoeveel stress het huilen van je kind bij je oproept. Geef deze stress een score van één tot vijf, waarbij het cijfer vijf staat voor erg veel stress. Zo ontdek je welke dagen beter verlopen en welke situaties stress veroorzaken. Is er in het weekend meer rust omdat je partner het dan overneemt? Gedraagt je kind zich misschien anders bij de oppas?

En als dat niets oplost?

Wanneer een vast dag-/nachtritme niet voldoende blijkt, is inbakeren een methode die voor sommige baby’s zeer effectief is, oftewel rust brengt. Je baby wordt van schouders tot tenen op een speciale manier in een doek ingepakt. Deze doek beperkt de bewegingsruimte, maar omvat zijn of haar lichaam, wat rustgevend werkt. Een prikkelbare baby kan al last hebben van een kleurrijke mobiel boven de wieg, van (telefoon)gesprekken als hij of zij in de box ligt of van een wasmachine die op dezelfde verdieping draait als waar je baby slaapt. Pas daar waar het kan de situatie aan en verwijder alle extra onnodige prikkels. Kijk op www.inbakeren.nl voor meer informatie.

De situatie

Je tweejarige peuter huilt om de haverklap. Wanneer de blokjes omvallen, bij het verschonen van een luier, jasje aantrekken of als het tijd is om naar bed te gaan. Laten huilen vind je zielig. Aan de andere kant wil je je ook niet laten ringeloren. Wat is nu wijsheid? Is het beter om het huilen te negeren of moet je paal en perk stellen aan het huilgedrag en je kind voor straf op de gang zetten?

De oplossing

Straf op deze leeftijd heeft geen enkele zin. Een peuter onthoudt alleen je boze stem en gezicht. Hij of zij kan nog geen logisch verband leggen tussen zijn of haar gedrag en de opgelegde straf. Focus je dus liever op ieder moment dat je peuter niet huilt, nog bezig is met het stapelen van zijn of haar blokken, of nog rustig op de bank zit. Geef je kind dan een extra kus of aai over zijn of haar hoofd. Benoem precies wat je graag ziet en wilt dat je kind doet. “Goed zo, jij kan papa goed helpen, jij haalt de schone luier al!” Geef het huilgedrag verder geen extra aandacht. Praat er niet over. Laat je peuter dus niet huilend alleen in de kamer achter, maar help hem of haar op het goede spoor.

En wat als huilen, krijsen wordt?

Is je kind niet meer voor rede vatbaar, gebruik dan kort een time out. Maak eerst duidelijk dat krijsen niet mag en zet je tweejarige hooguit één tot twee minuten op de bank of stoel, bij jou in de buurt. Houdt een contactlijntje door op een rustige toon te blijven praten. Is je peuter weer een beetje aanspreekbaar, verwoord dan de boosheid of onlustgevoelens van je kind en zeg daarna precies wat je wilt dat je zoon of dochter gaat doen. Geef direct een complimentje met de woorden: “Goed zo, blokjes stapelen, dát kan jij goed!” Voorkom in ieder geval een strijd tussen jou en je tweejarige!

Dán is je baby een huilbaby

Huilbaby’s zijn baby’s die meer dan drie uur per dag huilen, en dit voor minstens drie dagen per week gedurende een periode van drie weken aaneengesloten volhouden.

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Liefdevol loslaten

Alles draait om een hechte band met je kind

Door pedagoge Emmeliek Boost

Kinderen vragen onvoorwaardelijke liefde en aandacht. Maar hoe houd je dat vol als je baby een huilbaby is en wat als je moet werken en je peuter brult bij het afscheid op de crèche?

De situatie

Je dochter heeft de eerste maanden alleen maar gehuild. Soms werd je er gek van. In je wanhoop heb je zelfs wel eens een koptelefoon opgezet om haar maar niet te horen. Je kon haar bijna niet troosten. Pas nu, na zes maanden, slaapt ze beter en huilt ze minder. Je geniet nu enorm van haar. Maar je voelt je soms schuldig over die moeilijke start en bent bang dat je kind daar onder geleden heeft.

De oplossing

Er zijn baby’s die de eerste maanden veel huilen en moeilijk te troosten zijn. Gelukkig blijken ouders ondanks de bevalling en gebroken nachten over een enorme reservetank aan energie te beschikken om te overleven. Ouders die zich door zo’n periode hebben heen geslagen, hebben een bijzondere band met hun kind. Ze hebben zó hard hun best gedaan voor een goed contact. Ook al was je fysiek en mentaal op, toch hield je vol. De paar keren dat je de koptelefoon op hebt gezet, zijn daarbij af en toe je redding geweest. Een hechte band betekent eigenlijk, dat je kind zich zeker weet, dat jij er steeds weer voor hem of haar bent! Nou, dat heb je wel bewezen!

En als je nog middenin de huilperiode zit?

Een huilbaby is een zware beproeving in je prille ouderschap. Huilt je kind de eerste twee weken zo veel dat je er doodop van wordt, aarzel dan niet om hulp te vragen. Meld het op het consultatiebureau en ga met deskundigen na wat de oorzaak zou kunnen zijn (bijvoorbeeld te weinig regelmaat, een verschoven nekwervel, reflux of een hoge mate van prikkelbaarheid).

Als je kindje het prettig vindt, kun je het masseren. Regelmatig masseren en aanraken zorgt voor de aanmaak van de ‘knuffelhormonen’ oxytocine en vasopressine, waardoor kinderen rustig worden en zich behaaglijk gaan voelen. Soms is het fijn als in eerste instantie een buitenstaander je kind masseert en zo de spanning in het lijfje doet verminderen. Door het extreme huilen stimuleert een baby namelijk het stresshormoon adrenaline, waardoor hij of zij steeds meer gaat brullen.

Soms kan een andere stem of aanpak de situatie met je huilbaby doorbreken. Wacht daar liever niet te lang mee.

Benut elke gelegenheid om even uit te rusten. Als je kind slaapt, heb je misschien de neiging om snel een stofzuiger door het huis te halen. Maar je kunt ook met een tijdschrift op de bank gaan zitten of iets anders doen waar je meer van uitrust. Kun je hulp in het huishouden betalen, bezuinig daar dan niet op.

De situatie:

Je zoon gaat al twee jaar naar dezelfde crèche, maar sinds kort zegt hij thuis al dat hij niet meer wil en zet hij het op een brullen als je weggaat. Bij navraag is er niets bijzonders gebeurd op het kinderdagverblijf. Je ziet dat andere kinderen zichzelf met hun knuffel troosten, of bij de crècheleidster kruipen. Je vraagt je af: Doe ik iets verkeerd of heeft Stijn nog geen band opgebouwd met de kinderen en leidsters op de crèche?

De oplossing:

Het al dan niet gehecht zijn aan knuffeldieren of troetellap zegt weinig over de kwaliteit van de hechting van je kind met jou of iemand anders, maar meer over zijn aard. Van driejarigen wordt verwacht, dat ze op de crèche thuis zijn en dat zij nu alles wel zelfstandig aankunnen. Vaak reageren we te snel met: “Jij bent al zo groot” of “Je vind de kindjes op de crèche toch lief?” Daarmee neem je zijn onrust niet weg. Verplaats je in hem en benoem vooral wat hij zegt of doet. “Ik zie dat je moet huilen. Je roept dat je niet naar de crèche wilt. Vertel eens…” Als je kind voelt dat hij zijn verhaal kan vertellen, dan is de oplossing ook vaak dichtbij.

En als dat niet helpt?

Kinderen hebben vaak de beste oplossingen zelf op zak. Kaart het afscheidsprobleem thuis aan. Kies een prentenboek waarin een kindje moeite heeft met afscheid nemen en leg de link met je kind op de crèche. Kijk wat de oplossing is in het boekje en praat samen over wat je kind zo verdrietig maakt. Kijk wat hij nodig heeft om je morgen op de crèche gewoon dag te zeggen. Misschien moet je wachten totdat zijn vriendje binnen is, moet mama’s foto mee of wil hij je liever vanaf de glijbaan uitzwaaien? Benadruk dat het je kind morgen vast en zeker gaat lukken en dat jij en juffie hem daarbij zullen helpen. Het feit dat hij zich begrepen voelt, is vaak al voldoende voor succes.

Een hecht netwerk als support….

Iedere ouder voelt zich schuldig en soms machteloos op momenten dat hij of zij een verdrietig kind bij een ander moet achter laten. Gedijt je kind niet, dan gedij je zelf eigenlijk ook niet! Alleen als de veiligheid en geborgenheid gegarandeerd zijn, ga je gerust weg. Daarom is het belangrijk dat je van begin af aan een netwerk van hechte contacten opbouwt en onderhoudt. Niet alleen met familie, maar ook met de crècheleiding, de oppas, een vriendin, de buren en vriendjes of vriendinnetjes. Kinderen die zich van jongs af aan hebben kunnen hechten aan belangrijke anderen, zijn weerbaarder. Met het aan iemand gehecht zijn, bedoelen we hier wederzijdse genegenheid. Je kind heeft ‘dikke maatjes’ op de crèche en weet dat hij of zij bij verdriet of pijn kan rekenen op de troost van ‘zijn juffie’. Een intensief contact is voor je kind voorwaarde voor een optimale hechte vertrouwensrelatie. Dit netwerk van anderen, dat ook mede liefdevol opvoedt en verzorgt, betekent vooral een belangrijk extra support. Het begrip Hechting staat natuurlijk voor meer dan alleen genegenheid. Het geworteld zijn in een familie en gezin legt de basis voor een goede Hechting. Dit omvat een jarenlang continu proces van wederzijdse betrokkenheid en interactie, waarbij de zorg en onvoorwaardelijke liefde voor je kind voor alles gaat. Dit samenspel dat al tijdens de zwangerschap begint, schept een unieke, onderlinge band. Support van meerdere ‘hechtingsfiguren’ maken je kind en jou minder kwetsbaar en is onontbeerlijk als steun in de opvoeding, maar jij blijft zijn meest vertrouwde terugvalstation!

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Machtstrijd

Hoezo…. op het strafstoeltje?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Duidelijke regels en lapt je kind die aan zijn laars, dan moet hij op het strafstoeltje! Is dit nu de beste methode om je kind te leren gehoorzamen of zijn er andere manieren om je kind in het gareel te houden?

De situatie:

Sara van 1 1/2 pakt alles af van Coen van 3. Ik ben de kamer nog niet uit of ze zitten elkaar in de haren. Sinds kort is Sara gaan bijten. Coen zet het nu op een brullen zodra Sara in zijn buurt is. Ik heb Sara uitgelegd dat ze dat niet mag doen, maar ze gaat er gewoon mee door! Nu zet ik haar steeds op de gang als ze Coen bijt of als ze niet doet wat ik zeg. Ze mag pas weer binnen komen, als ze normaal kan spelen.

De oplossing:

Er zijn meer kinderen die tussen één en twee jaar bijten. Het komt doordat een dreumes nog over te weinig woorden beschikt om te zeggen wat ze wil. Het bijten is een manier om dingen voor elkaar te krijgen. De ene keer bijt Sara omdat ze persé nu op de tractor van Coen wil, op een ander moment bijt ze, omdat ze graag met Coen wil spelen. Ze zit bovendien Coen op zijn huid, omdat hij aantrekkelijk spel heeft. Zet je Sara nu op de gang, dan leert ze alleen dat ze stout is en dat mama boos is. Door haar op de gang te zetten, stopt het bijten echter niet. Bijten stopt als je slachtoffer en dader bij elkaar zet. Sara moet zien wat het effect is van haar bijtgedrag. Coen is van streek omdat zij hem heeft pijn gedaan. Sara moet Coen troosten en horen hoe je samen kunt spelen.

En als dat niet werkt….?

Stopt het bijten niet, dan heeft je dreumes jouw aanwezigheid meer nodig. Onder jouw hoede kun je meer aandacht geven aan alle momenten, dat ze niet bijt, dat ze rustig naar Coen zijn spel staat te kijken, Coen aait of wijst naar de tractor. Door onder woorden te brengen wat ze graag wil, vergroot je niet alleen haar woordenschat, maar voelt zij zich ook begrepen en gehoord. Bijtgedrag verdwijnt, zodra Sara via jou andere manieren van contact leert en door haar positieve aandacht te geven, haar op de goede koers houdt

De situatie

Wat doe je met een driftbui van een driejarige? Mijn zoon zet het op een brullen zodra iets niet gaat, zoals hij dat wil. Zijn protest begint ‘s ochtends vroeg al bij het aankleden, als hij in de autostoel moet zitten, als we boodschappen doen: het gaat de hele dag door. Ik heb alles al geprobeerd van negeren t/m straf geven. Hij blijft een driftkop.

De oplossing:

Peuters staan er niet bij stil dat er andere mensen zijn die iets van hen willen. Ze zijn vol van hun eigen wensen. Ze zijn nog niet in staat om hun wensen op die van jou af te stemmen, laat staan zich te beheersen. Vandaar dat hij zo snel van slag is, als je niet doet wat hij wil. Vermijd de strijd om wie is de baas en probeer creatief je peuter op jouw spoor te krijgen. Daag hem uit bij het aankleden, trek zijn sok voor de grap als handschoen aan. “Oh, Tom jij weet het veel beter hoe het moet! ”

En als dat niet werkt….?

Soms heb je gewoon geen tijd voor grapjes en creatieve spelletjes en vind je dat je kind gewoon moet doen wat je zegt. Dat klopt, maar dat kan niet altijd en overal.

Iedere peuter kan zich wel aan drie belangrijke regels houden. Stel dus die drie regels thuis vast en neem de tijd om die regels te trainen. Spreek een duidelijk teken af, wanneer er wel direct geluisterd moet worden. Denk aan jouw opgeheven wijsvinger of zeg 1..2..3 en bij 3 wordt er geluisterd. Gebruik dit teken niet te pas en te onpas, want dan verliest het aan kracht.

Opvoeden zonder straf kan dat wel?

In onze jeugd had niemand er iets op tegen om straf uit te delen. Overtrad je de regels dan moest je de klas of de kamer uit. Als je berouw had van je daden, dan mocht je weer binnen komen. Men was ervan overtuigd dat het goed was om de wil van je kind te breken. Het strafstoeltje is eigenlijk een vergelijkbare maatregel als het buiten op de deurmat of je kind in de hoek zetten. Het maakte ons gedwee en volgzaam, zodra een volwassene zijn stem verhief. Tegenwoordig willen we geen autoritaire ouder meer zijn, die met gezag en macht opvoedt. We zoeken naar de juiste mix van respect voor gezag en respect voor de inbreng van je kind. Steeds meer ouders onderhandelen met peuters. Maar krijgen peuters te veel keuze mogelijkheden en te weinig grenzen, dan ontaarden ze in tirannieke monsters. Daarom hoor je een roep om herstel van autoriteit en is het strafstoeltje zo populair. Het vereist echter een consequent volhouden, iets waar de meeste ouders nogal moeite mee hebben. Niet zo gek, want hoe vaker je het strafstoeltje inzet, des te minder effect heeft het. Aan het eind van de dag heeft je kind tig keer op de strafstoel gezeten. Daar word je niet vrolijk van. Het ondermijnt je relatie met je kind en de sfeer in huis wordt er niet gezelliger op. Straf heeft het meeste effect als je het schaars gebruikt.

Ben je op zoek naar een aanpak, waarbij jouw grenzen gehonoreerd worden, terwijl je toch ook oog hebt voor de behoeften van je kind? Schrijf je in op een workshop ‘Als je kind niet luistert’ bij de Opvoeddesk in Naarden!

Terug naar overzicht

Ruzie

In verwachting van de tweede

Door pedagoge Emmeliek Boost

Wanneer vertel je dat je zwanger bent en hoe kun je de oudste bij de voorbereidingen betrekken?

De situatie

Je peuter zit overal op en aan, heeft een pittig willetje en laat je geen moment met rust. Alles draait om ‘mama, papa en van mij ’.
Je houdt je hart vast hoe dat straks zal gaan als de tweede er is. Je kind duwt nu al af en toe die dikke buik op zij om zich te verzekeren van zijn plekje bij jou op schoot! Wat kan je doen?

De oplossing

Maak je peuter de eerste maanden van de zwangerschap attent op andere ouders met kinderen. Doe dat op de crèche of speelzaal en bekijk samen thuis maandbladen Niet te vroeg, maar pas als je buik zichtbaar groter wordt en de kritieke maanden voorbij zijn, vertel je aan je kind dat er een baby op komst is. Praat samen tegen de baby en zing babyliedjes. Bedenk dat peuters geen besef van tijd hebben. Een week wachten op iets wat ze heel graag willen zien, duurt voor hen een eeuwigheid! Neem daarom je kind pas in de laatste fase mee naar de zwangerschapscontrole om het hartje van de baby te horen en de echo te zien. Een eigen gemaakt boekje met foto’s van je oudste toen je zwanger was en het eerste jaar daarna, is natuurlijk de leukste voorbereiding, dan welk ander boek ook!

En wat als je kind jou gaat ‘bewaken’

Sommige kinderen willen kort voor de bevalling of juist erna niet meer naar de opvang. Ze laten je geen moment met rust en zetten het op een brullen zodra je uit het zicht bent. Bij alles roept je kind ‘mama doen’ en Papa, opa of oma worden allemaal op een zijspoor gezet. Een duidelijk signaal dat je peuter zich van zijn speciale plekje beroofd voelt. Ga niet uitvoerig uitleggen en praten met je kind. Dwing je kind ook niet om naar de opvang te gaan. Geef je kind in het begin de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie en ga samen met de baby op bezoek bij zijn of haarspeelgroep. Neem je peuter juist op schoot en laat hem of haar de baby samen met jou vasthouden. Speel kietel- en knuffelspelletjes en reserveer ’s ochtends een speciaal moment voor je peuter in je bed, zonder dat de baby erbij is. Laat Papa wat meer voor de baby zorgen en ruim zelf wat meer tijd in om leuke dingen met je peuter te doen. Baby’s komen zelden aandacht tekort!

Tip

Het pop up prentenboek ‘Raad eens hoeveel ik van je hou’ van Anita Jeram en Sam Mc. Bratney, Uitg. Lemniscaat is bijzonder mooi, maar wel prijzig. Eén voordeel: tot 10 jaar zijn kinderen gek met dit boek!

To do’s met je oudste?

  • Begin de zin met “ja, je wilt zo graag….in plaats van nee, je mag niet !”
  • Zit je oudste rustig te spelen, steek je duim omhoog & prijs hem of haar voor gezellig speelgedrag
  • Eenmaal vaardigheden onder de knie : Reken nu op een terugval!
  • Geef toe aan zijn of haar wens om ook uit een flesje te mogen drinken
  • Is de baby hangerig, vraag aan je oudste wat de baby zou willen
  • Duw je oudste niet in de rol van “jij bent al zo groot…!” Geef je oudste de ruimte om weer een beetje klein te zijn
  • Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.
    1. Er zijn meer kinderen die moeite hebben om hun poep los te laten op het potje of de wc. Hun plas is minder interessant, het ziet er uit als water en komt een paar keer op een dag. Hun poep is van een andere substantie en is veel meer ‘iets’ van henzelf. Bekijk samen prentenboeken over zindelijk worden en maak je zoon ervan bewust dat ieder dier en mens zijn ontlasting kwijt wil. Stimuleer je kind om een eigen ‘poepboekje’ te maken. Laat hem de vorm van zijn poep natekenen en vergelijken met allerhande poep van dieren in prentenboeken. Geleidelijk aan zal je kind ook zijn poep gewoon op de wc doen.
    2. De wc op school is minder veilig dan thuis. Want wat doe je als de wcrol nat op de grond ligt en juffie je niet hoort roepen? Bespreek dit samen met juf op school en wellicht rolt er een afspraak uit, waarbij zowel je kind als juf mee geholpen is. Misschien mag een klasgenootje, als steun in de rug mee naar de wc!
    3. Er zijn kinderen van twee, die zodra er geen volwassene om hen heen is, weer in hun broek plassen. Andere tweejarigen zijn inderdaad vroeg zindelijk. Je kunt kinderen niet geforceerd ‘zindelijk maken’, zindelijk worden doen kinderen uiteindelijk zelf!

Terug naar overzicht


Over krassen en koppoters

Door pedagoge Emmeliek Boost

Het ene kind heeft een heel hoge productie en maakt de ene na de andere tekening, het andere kind toont totaal geen interesse in potlood en papier. Hoe belangrijk is tekenen eigenlijk?

De vraag

Mijn oudste is lang zoet met een paar potloden en een vel papier, maar mijn driejarige jaagt er het ene na het andere blaadje doorheen. Hij wordt boos als ik er de rem opzet en het schetsblok wegpak. Als ik hem net als bij de oudste vraag om iets te vertellen over zijn tekening, dan verkreukelt hij zijn tekening tot een bal en gooit die door de kamer. Wat mij betreft is de maat dan vol en pak ik alle tekenspullen van hem af. Waarom doet hij zo?

De oplossing

Kinderen onder de drie jaar verslinden papier. Voor hen is ieder streepje of stip een enorme verrassing. Gaandeweg ontdekt je kind dat hij of zij die sporen zelf maakt en dan is er geen houden meer aan. Het liefst merken ze ieder papier met ‘hun handtekening’. In deze periode groeit de stapel tekeningen inderdaad explosief! Op deze leeftijd tekenen ze nog puur intuïtief: het ontbreekt hen aan een voorstelling in hun hoofd. Het is puur de beweging die telt. Vraag liever niet wat de stip of krabbel voorstelt, maar geef je kind zo veel mogelijk de gelegenheid om al tekenend zijn motoriek te oefenen. Verzamel allerlei maten papier en karton in een doos, zodat het je geen geld kost. Denk aan oud behang, groot en klein verpakkingsmateriaal of eventueel ander papierafval.

En wat als dat niet werkt?

Gooit je kind zijn of haar tekening uit protest door de kamer, pak je kind dan bij zijn of haar handjes vast. Word niet boos, maar benadruk met een rustige stem dat alle tekeningen in de tekenmap horen. Pak samen de tekenmap en zeg iets in de trant van: “Goed zo, leg jouw tekening maar in de map, zo blijven alle tekeningen goed bewaard en kunnen we morgen aan oma of juffie jouw tekeningen laten zien!” Bij te veel controle en focus op een mooie tekening verliezen kinderen het plezier in tekenen.

De vraag

Mijn zoon van vier heeft een hekel aan tekenen. Het liefst trekt hij zich terug in de bouwhoek. Zijn juf op school heeft al van alles geprobeerd en vraagt zich af hoe het komt dat hij er zo’n duidelijke afkeer van heeft. Zij zegt dat tekenen belangrijk is voor de ontwikkeling. Thuis tekent mijn jongste wel eens, maar eigenlijk zie ik allebei mijn kinderen altijd direct op het lego afstuiven. Wat kan ik doen om ze aan het tekenen te krijgen? Is tekenen echt zo belangrijk?

De oplossing

Tekenen is een manier van communiceren, het is de eerste taal, waarin je kind zich kan uiten. Misschien is jouw kind van jongs af aan al een goede prater, heeft hij een ruime woordkeus en heeft hij het papier daarom niet nodig. Bovendien moet je zoon tijdens het bouwen ook nadenken en goed kijken hoe iets in elkaar steekt, net als bij tekenen. Ook op het creatieve vlak kunnen bouwers hun fantasie en plannen net zo goed verwezenlijken als goede tekenaars. Door niet te tekenen mist je zoon echter wel een goede voorbereiding op zijn schrijfmotoriek. Om die reden zou je je zoon kunnen stimuleren: door hem uit te dagen om tekeningen van zijn bouwwerken te maken. Kortom, sluit aan bij wat je kind leuk vindt, dan wordt tekenen vast ook voor hem een plezier!

En als dat niet werkt?

Je kunt een kind niet dwingen om te tekenen. Dwang staat haaks op spel! Het gaat er vooral om dat kinderen plezier hebben. Voorkom dus dat het een plicht wordt om te tekenen. Kijk waar zijn belangstelling naar uitgaat en sluit daarop aan.

Bouwt hij graag kastelen, dan is hij vast ook gek met ridders. Misschien kun je hem helpen om een vloerkleed voor het kasteel te ontwerpen. Zoek samen in prentenboeken of op internet hoe zo’n vloerkleed in een ridderkasteel eruit ziet. Gebruik overtrekpapier om de ridders over te trekken en in te kleuren. Op die manier stimuleer je ook zijn schrijfmotoriek. Geef niet steeds nieuwe ridderpoppetjes, maar geef hem ook eens wat attributen en ridderkleren, zodat hij zich als een ridder kan verkleden. Daarmee stimuleer je ook andere manieren om diverse soorten emoties te kunnen uiten.

Zó verloopt de tekenontwikkeling van een kind

Een eenjarige houdt het potlood in zijn of haar vuistje beet en maakt een stipje of trekt voorzichtig een streepje op papier.

Tweejarigen tekenen met alles wat ze om zich heen vinden. Met papvingertjes op jouw jasje, met lippenstift op de vloer of met stift op de muur tekenen ze cirkels en lijnen door elkaar. Het lukt ze nog niet om een cirkel rond te maken met een beginpunt en een eindpunt.

Dat laatste lukt een driejarige wel. Hij of zij kan het potlood al tussen wijsvinger en duim houden (de pincetgreep) en is dol op cirkels, lijntjes en kruisjes. Vraag je je kind ernaar, dan blijkt dat de cirkel nu de zon uitbeeldt, maar even later blijkt het jullie poes te zijn of beweert je kind dat het een leeuw is.

Een vierjarige tekent met een plan in het hoofd. Een dier of een mens worden allebei als een ‘koppoter’ afgebeeld. Dit is een soort lopend hoofd in de vorm van een grote cirkel met een paar verticale strepen c.q. benen eronder bungelend.

De vijfjarige tekent een romp, armen en benen met reusachtige handen en voeten met veel tenen of vingers. De kleding wordt zó getekend, dat armen en benen gewoon zichtbaar blijven. Zesjarigen gaan nog meer details toevoegen en tekenen nu wat zij zien en weten of wat zij fantaseren. Soms zijn dat monsters of enge dieren om hun angsten te bezweren. De zon is in iedere tekening uniek, die wordt bijna nooit vergeten!

Met zes jaar heeft een kind alle basisfuncties om te kunnen tekenen onder de knie. Hij of zij gaat zich nu verder ’specialiseren’!

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Werk & ouderschap

“Mama…, je luistert niet!”

Door pedagoge Emmeliek Boost

Driejarigen zijn zó vol van zichzelf, dat ze non-stop je aandacht vragen. Ze willen alles weten, begrijpen en ontdekken en stellen voortdurend wat- en waarom-vragen. Leuk! Maar soms ook best vermoeiend. Als je af en toe even wat minder of geen aandacht voor je kind hebt, hoe erg is dat eigenlijk?

De vraag

Sinds dat mijn zoon drie jaar is, kletst hij de oren van mijn hoofd. Zodra ik iets wil zeggen, legt hij bezwerend zijn hand op mijn mond met de woorden: “Mama, je moet naar mij luisteren!” Aan de ene kant vind ik zijn gekwebbel heel gezellig, aan de andere kant erger ik me dood dat hij mij zo claimt en mij de mond snoert. Hem bestraffend toespreken doe ik liever niet: dan rem ik misschien wel zijn taalontwikkeling. Maar als ik hem zijn gang laat gaan, schiet ik op een bepaald moment uit mijn slof. Hoe kan ik meer genieten van mijn zoon zonder dat ik me erger?

De oplossing

Goed luisteren naar elkaar houdt ook in dat je om de beurt het woord krijgt. Driejarigen doen dat niet uit zichzelf. Daarbij hebben ze je hulp nodig. Volg hem even en verwoord zijn wens om veel te vertellen of te vragen. Knik begrijpend en vat samen wat hij zegt. Geef een teken dat hij vervolgens naar jou moet luisteren, door bijvoorbeeld je hand even op te steken. Het vergt best veel van driejarigen om te wachten met reageren tot dat je uitgesproken bent. Prijs je zoon als het even lukt en oefen dit luisteren meerdere keren op een dag.

En wat als dat niet werkt?

Stel dan grenzen aan het lastige claimgedrag. Zeg eerst duidelijk wat je niet wilt: “Stop met steeds er doorheen te praten; je mag ook niet je hand op mijn mond leggen!” en

“Goed zo als je rustig praat, dan kan mama goed naar je luisteren.” Praat je kind er toch weer doorheen, zeg dan nog een keer dat je alleen luistert als hij rustig praat.

Lukt het niet, reageer dan even helemaal niet meer. Zorg dat je iets doet dat je zo in beslag neemt, dat je je ook niet loopt te irriteren aan zijn gedrag. Negeren gaat echter vaak over in reageren en daarmee krijgt je kind uiteindelijk toch zijn zin. Houd dus de regie en reageer pas als je kind normaal tegen je praat. Zeg dan dat je blij bent dat hij zo rustig tegen je praat en dat hij het luisterteken zo goed heeft onthouden. Er komt een hoop geduld bij kijken, maar je zult zien dat het contact met je kind er nog beter door wordt.

De vraag

Het gebeurt me vaak dat ik op mijn vrije dagen op de automatische piloot luister naar mijn kind. Dat ik verhaaltjes voorlees terwijl mijn gedachten elders zijn. Of dat ik op goed geluk antwoord geef op haar vragen. Soms heeft mijn dochter dat door en vraagt dan: “Mama, je luister niet!” Niemand wil en kan voortdurend vol aandacht met zijn of haar kind bezig zijn, maar ik voel me toch schuldig. Vooral omdat de crècheleidster zegt dat mijn kind zich het liefst alleen terugtrekt in de poppenhoek en weinig contact met andere kinderen zoekt. Moet ik me nu zorgen maken?

De oplossing

Met kinderen onder de vijf jaar worstel je regelmatig met gebroken nachten en wordt er overdag nogal wat van je energie gevraagd. Het is alleen al om die reden begrijpelijk en dus niet zorgwekkend als je met je gedachten afdwaalt bij het voorlezen van een boek. Vraag maar eens aan andere ouders die werk en gezin combineren: iedereen voelt zich weleens tekort schieten of heeft last van schuldgevoelens.

Vergeleken met tientallen jaren terug, hebben we nu veel meer aandacht voor de gevoelens van kinderen. Wat ons in deze tijd ontbreekt, is de rust en de tijd. Ben je zelf vaak gehaast, druk of snel afgeleid, dan is het logisch dat je kind daarop reageert. De één doet dit met een heftig protest en de ander trekt zich meer terug. Probeer vooral enkele rustmomenten met je kind te creëren en doe dan iets samen met je kind waar jij ook enthousiast van wordt. Laat het voorlezen aan je partner of de oppas over als je er weinig plezier aan beleeft. Maak samen met je kind een lijst van leuke activiteiten waarmee je allebei je accu oplaadt. Het gaat niet om de hoeveelheid tijd die je samen doorbrengt, maar vooral om het plezier en je betrokkenheid op het moment dat je samen bent.

En wat als dat niet werkt?

Zorg dat je ook je vrije dagen gewoon indeelt met huishoudelijke activiteiten. Maak er geen feestdag van voor je kind. Zeg dus niet: “Als mama vrij is, dan gaan we…” Gebruik een weekplanner waarop je met tekeningen en pictogrammen laat zien wat de dag brengt. En vraag je kind waar zijn of haar voorkeur naar uitgaat. Plan dat moment in, zodat het niet door drukte vergeten kan worden. Vraag zo nu en dan een kindje van de crèche of peuterspeelzaal thuis te spelen en teken dat ook op de weekplanner. Doordat je de activiteiten met je kind op de agenda zet, komt je kind in beeld en telt zijn of haar idee ook echt mee. Dat versterkt het zelfvertrouwen, waardoor zij ook op de crèche meer van zich zal laten horen.

Hoe duidelijker, hoe fijner!

Kinderen houden van voorspelbaarheid en vragen niet om een bruisend en dynamisch leven. Peuters lezen graag steeds hetzelfde boekje, houden van de bekende rijmpjes uit de oude doos en zijn gek op beweging- en stoeispelletjes. De computer of televisie fungeren alleen voor ons als oppas, peuters kunnen heel goed zonder!

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Zindelijkheid

Deze zomer je kind uit de luiers! Hoe krijg je dat voor elkaar?

Door pedagoge Emmeliek Boost

Zindelijk worden verloopt volgens het 3-stappenplan. Je kind moet begrijpen dat het plasje in het potje hoort. Hij of zij moet de blaas- en darmspieren onder controle kunnen houden, totdat hij of zij op het potje of op het toilet zit. En het belangrijkste: je kind moet willen meewerken.

De situatie

Je dochter van twee sleept haar potje overal mee naar toe. Zelfs in bad! Daar gebruikt zij het potje als emmer. Maar een plasje erop doen: ho maar! Je kind gaat gillen als je haar op het potje wil zetten.

De oplossing:

Je dochter is er duidelijk nog niet aan toe om haar plasje op het potje te willen doen. Het gaat erom dat ze eerst vertrouwd raakt met het potje. Misschien kan de beer of de pop er ook eens op. Goed voorbeeld doet volgen: gaat je peuter naar de crèche en ziet ze daar andere kinderen ook op het potje gaan, dan zal ze sneller begrijpen dat haar plasje in het potje hoort. Daarmee is stap 1 gezet. Misschien lukt het daarna om op de momenten dat je weet dat je kind nodig moet je kind op het potje te zetten. Doet je kind toevallig een plas, laat haar dan merken dat je trots op haar bent en vergeet niet daarbij het effect, de droge broek, te noemen. Spoel de plas niet direct weg. Laat je kind zelf de wc doortrekken en zeg samen ‘Dag plas!’

En als dat niet werkt:

Je kunt je kind niet dwingen om zindelijk te worden. Hij of zij moet het zelf willen. Hoe meer je echter forceert, des te hardnekkiger zal je kind het potje weigeren en loop je het risico op een machtsstrijd. Alles draait dus om een ontspannen aanpak. Vergeet stap 2 daarbij niet. Kinderen kunnen zich pas bewust worden van hun blaas- en darmspieren, als ze zonder luier lopen. Maak je kind bewust van oorzaak en gevolg. Zeg dat het plasje nu zijn of haar broek nat maakt. Zodra je kind je waarschuwt met de woorden ‘bah, nat’ of ‘plas doen’, dan is hij of zij echt toe aan zindelijk worden. Focus je aandacht nu op een droge broek houden. Vraag je kind wat hij of zij zou kunnen doen: ‘Waar zou het potje het beste kunnen staan? Denk je dat je dan op tijd bent? Goed dan ga ik je daarbij helpen.’ Prentenboekjes over zindelijk worden zijn een must in deze fase 2. Let erop dat je nu vooral aandacht besteed aan het droog blíjven. Prijzende woorden voor het juist droog blijven, moedigen je kind aan om steeds op het potje te gaan.

De situatie

Je hebt al van alles geprobeerd, maar je zoon van drieënhalf vertikt het gewoon om op het potje te gaan en wil ook niet naar de wc. Omdat je geen zin meer hebt in bergen was en al die natte broeken overdag, trek je hem nu gewoon weer een luier aan. Hoe moet dat nu straks op de basisschool?

De oplossing:

Ga op een rustig moment met je kind op de bank zitten. Vertel hem kort iets over de grote school en zeg dat je hem wil helpen dat hij daar zonder luier naar toe kan gaan. Teken een weekschema. Laat hem meedenken hoe het hem gaat lukken om een droge broek te houden. Zorg dat het eerste doel vooral haalbaar is. Het is erg belangrijk dat hij succes oogst. Begin dus bij wat hij al kan: Het gaat hem lukken om mama te zeggen dat hij nog een droge broek heeft. Lukt dat, dan verdient je kind een pluim en een vlag die zelf tekent en inkleurt op het weekschema. Lukt dat drie dagen, dan bepaal je samen met hem de volgende stap. Het gaat hem lukken om mama te waarschuwen dat hij een plasje moet doen. Ongelukjes krijgen geen aandacht. Focus je op de keren dat het goed gaat. Stimuleer hem om het weekschema bij te houden en betrek anderen erbij zoals de oppas, juffie van de crèche en oma of opa die trots op hem zijn. Laat je kind een top drie van beloningen opstellen. Besluit welke beloning reëel is: ‘Bij 3 vlaggen gaan we pannenkoeken bakken, bij 6 vlaggen gaat papa met je voetballen en bij 9 vlaggen gaan we een video huren.’

En als dat niet werkt:

Een veelgehoorde ‘klacht’ is dat zo’n beloningsplannetje maar één of twee weken werkt. Zo’n plan heeft inderdaad geen effect meer als ouders het allemaal te bewerkelijk vinden of moeite hebben met een beloningssysteem. Dan verslapt de aandacht. Maar eigenlijk bestaat de valkuil voor ouders vooral uit het bestraffend of corrigerend toespreken van hun kind. In de trant van: ‘Zo gaat het jou vandaag niet lukken, hoor!’ De clou zit ‘m juist in positieve aandacht en je overtuiging dat het je kind gaat lukken. Komt er een dip, bedenk er dan samen oplossingen voor. Houd daarbij de focus op wat al gelukt is.

Zo zit het met zindelijk worden

Zindelijk is net als leren lopen en praten een ontwikkelings- en rijpingsproces. Het ene kind loopt of praat sneller dan het andere en dat geldt ook voor zindelijk worden. De meeste kinderen zijn ergens in hun derde jaar overdag en rond het vierde jaar ’s nachts zindelijk.

Wat als…?

1. Je zoon is zindelijk, maar eist voor zijn poep een luier.
2. Op school wil je kind dat juf mee naar de WC gaat.
3. Het dochtertje van de buren was al met twee jaar zindelijk, jouw kind van drie is dat nog niet.

Dit kun je doen:

Meer weten? Bel voor een telefonisch of persoonlijke consult of schrijf je in voor een workshop bij de Opvoeddesk in Naarden.

Terug naar overzicht

Videos, Slideshows and Podcasts by Cincopa Wordpress Plugin

Bel 035 6957020 voor meer informatie
De Opvoeddesk biedt ook hulp bij school- en leerproblemen
COncentratieproblemen, ADD of ADHD? Schrijf u kind in voor de Cogmed Werkgeheugentraining!

ook interessant!

Bestel de Babykoffer, het ideale geboorte- en relatiegeschenk.
 
27 sept.25% kortingWorkshop Energy Boost

Lees verder...

23 sept. Introductiebijeenkomst Cogmed Werkgeheugen Training - gratis! Lees verder...

Actie zomeractieBoek Opvoeden geniet ervan!
Bestel nu!

zoeken